Door: Sjaak Onderdelinden | Historisch Centrum Overijssel | MijnStadMijnDorp 
In de WO2-archieven van het HCO bevindt zich een kasboek, dat nooit een kasboek is geweest. Van wie het afkomstig is, blijft vooralsnog een raadsel, maar het moet een Zwollenaar geweest zijn met een grote fascinatie voor vliegtuigen.

Toen de oorlog uitbrak, besloot hij dan ook, dat mooie nog lege kasboek te gaan gebruiken als logboek van Luchtacties in het gebied van Zwolle, zoals hij op het schutblad kalligrafeerde.

Wie nu denkt, dat er veel Messerschmitts en Junckers langs zullen komen, vergist zich: bezet Nederland werd vooral geteisterd door Engelse aanvallen. Alleen de tweede zin van het boek voldoet aan de verwachting: Grote Duitse luchtactie boven Zwolle, maar dat is dan ook het verslag van 10 mei 1940. Verder dan een neergehaalde Heinkel 111 bij Wilsum reiken de Duitse bijdragen niet.

Pas in 1941, bij een aanval van een Handley-Page “Hampden” vindt de luchtactie plaats, die misschien wel de inspiratiebron voor het aanleggen van dit logboek was. Die Hampden was op zoek naar het treinstation van Meppel, maar vergiste zich een beetje en gooide een bom op huizen aan de Anjelierstraat en de Groeneweg. Vijf huizen vernield, maar vooral ook kwamen vijf leden van het gezin Bakker om, vader, moeder en drie kinderen. De precieze tijd van de aanval staat er bij: 12.30 u. Dag en maand ontbreken. Het moet 28 april 1941 zijn geweest.

Twee jaar later, alweer op 28 april, vond een van de spectaculairste incidenten uit de hele oorlog plaats, het opblazen van een munitieschip. Of de piloot ooit geweten heeft, wat hij bombardeerde, is niet bekend. Hij kwam bij deze actie zelf om. De vliegtuig-fascinatie van onze logboekschrijver laat hem in de eerste plaats vaststellen dat het om een Mustang P-51 ging, die ’s morgens om kwart over acht Zwolle in opperste opschudding bracht. In vrijwel de hele stad bleef geen ruit heel, door de luchtdruk waren in de hele stad de ruiten gesprongen, vooral in de Diezerstraat, het glas lag op sommige plaatsen wel een halve meter hoog, ook bij ons waren alle ruiten kapot. De zeer laag vliegende Mustang kreeg zelf de klap van de luchtdruk te verwerken – en werd geheel vernield.
bommenopzwolle2
Boerderij weggevaagd Hasselterdijk Zwolle, 28 april 1943. Bron: Beeldbank HCO

Op 15 december 1944 is de oorlog al in een helse eindfase. Aanvallen op de Spoorbrug over de IJssel zijn gemakkelijk te begrijpen, maar dat er ook zoveel Zwolse woonhuizen getroffen werden, diende geen zichtbaar doel. De logboekschrijver noteert alles niettemin strikt objectief. Dus stelt hij allereerst het type vast: Mitchell’s, en wel niet minder dan een stuk of zestig. Ruim honderd bommen, maar: De bruggen werden niet geraakt. Des te meer woningen werden er getroffen in de bomen- en de schildersbuurt. Zorgvuldig wordt alles genoteerd: Vermeerstraat (Middellijn van de bomtrechter 15 tot 20 m).
bommenopzwolle3
Foto's uit boek Berend Jan Beijer. Bron: Beeldbank HCO

Auto’s van de Gemeentereiniging die op hun loodsen geslingerd werden, een stenenopslag die als rondvliegende munitie diende, het logboek had een hele bladzijde nodig om de schade te boekstaven. Daarbij ook een zorgvuldige opsomming van de 5 dodelijke slachtoffers. Verder 9 zwaargewonden en 30 gewonden. De meeste materiële schade viel te noteren in de Van Ostadestraat, de Rembrandtlaan, de Frans Halsstraat, Beukenstraat, Kastanjestraat en Wilgenstraat. Indrukwekkend is de onverstoorbare objectiviteit als belangrijkste stijlkenmerk van deze logboekschrijver: Naar schatting zijn door deze aanval voorlopig ongeveer 200 huizen onbewoonbaar geworden.

Dit verhaal is uit de serie WOll uitgelicht van Mijn Stad Mijn Dorp. MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel.