Door: Sjaak Onderdelinden | Historisch Centrum Overijssel | MijnStadMijnDorp 
Dit is een hommage aan mijn geschiedenisleraar, midden jaren vijftig aan het Chr. Lyceum aan de Veerallee in Zwolle. Meneer Bijl was een uitmuntend docent, boeiend in al zijn verhalen en recht door zee in zijn democratische opvattingen.

Zijn leerlingen droegen hem op handen, hadden hoogstens een vaag vermoeden van een zwaar (oorlogs)verleden, maar wisten daarvan niets, simpelweg omdat hij erover zweeg. Pas veel later hoorden we iets over zijn rol in de OD en zijn jarenlange krijgsgevangenschap.

Arie Willem Bijl was niet alleen een strikt gelovig calvinist, hij was ook een overtuigd militair, opgeklommen tot kapitein, later majoor. Dat moest tijdens de bezetting tot verzetswerk leiden, daar was geen ontkomen aan. Als goed organisator kon hij veel betekenen voor het opzetten van verzetsgroepen in heel Overijssel. De districtscommandant van de Ordedienst (OD) begon uitgebreide netwerken op te bouwen, vaak samen met later gereputeerde verzetsmensen als “Frits de Zwerver” (ds. Slomp) en “De Groene”(Beernink). Zelf verschool hij zich achter de wel heel fantasievolle schuilnaam “Houthakker”. Eerste vergaderingen vonden thuis plaats, toen ze te omvangrijk werden in de Zuiderkerk. Zo’n provinciaal-brede bijeenkomst begon overigens met gezamenlijk gebed.

De arrestatie van een landelijk coördinator, een zekere Jalink, had een golf van arrestaties tot gevolg, waar in april 1943 ook Bijl het slachtoffer van werd. Daarbij lukte het zijn even dappere als koelbloedige echtgenote, een flinke stapel belastende documenten in haar korset te laten verdwijnen – daarmee zou ze haar man zomaar het leven gered kunnen hebben. Want nu leverden zeer langdurige verhoren in het “Oranjehotel”, de Scheveningse gevangenis, niet voldoende bewijs op voor definitieve veroordeling. Doordat veel materiaal verloren is gegaan, is niet helemaal duidelijk, of er vrijspraak volgde of gratie (na geallieerde waarschuwing aan de Duitsers, zich niet aan Nederlandse officieren te vergrijpen). In elk geval werd Bijl niet vrijgelaten, maar gezien zijn militaire rang in krijgsgevangenschap genomen. Transport naar Polen. Gelukkig niet naar een vernietigingskamp, maar naar een “gewone” gevangenis. Zo’n krijgsgevangenen-kamp was overigens erg genoeg, met te veel man in een te kleine cel, gebrekkige hygiëne en primitieve medische zorg. Bovendien kwamen de Russen er aan, dus volgde er nieuw transport, nu in westelijke richting, naar het oost-duitse Brandenburg. Daar is meneer Bijl uiteindelijk door de Russen bevrijd. Hij mocht op reis naar het al eerder bevrijde Zwolle, waar hij midden in de nacht aankwam. Nu volgt een detail, mij door zijn zoon Piet verteld, dat voor mij een bepaald ontroerend bewijs van ’s mans ongeschonden innerlijke beschaving is: urenlang heeft hij in de voortuin van zijn huis aan de Westerstraat, waar de gevangenschapsellende meer dan twee jaar geleden begonnen was, zitten wachten tot het dag werd: om zijn gezin niet in de nachtrust te storen…

Wennen aan de vrijheid bleek niet eenvoudig. De thuissituatie was met een echtgenote die zich tijdens zijn afwezigheid noodgedwongen sterk geëmancipeerd had en een dochter die zich met veel moedig koerierswerk onderscheiden had, nogal gecompliceerd. Voor hij zijn schooltaken weer op zich kon nemen, was veel revalidatietijd nodig, voor een deel gevuld met lezingen over nieuw te stellen militaire doelen. Eens reserve-officier, altijd reserve-officier. Maar het lesgeven op het Lyceum kon toch weer ter hand genomen worden. De ambitie om zijn welbekende organisatorische capaciteiten in de schoolleiding tot gelding te brengen, kon pas in 1956 een klein beetje gehonoreerd worden, toen werd hij alsnog conrector. Te laat. Al in 1959 overleed hij, een jaar jonger dan de eeuw, dus nog geen zestig. In de uiterst respectvolle necrologie in de Zwolse Courant van 23 maart 1959 wordt de heer Bijl geciteerd met een soort levensmotto: “God heeft ons geen gemakkelijke reis beloofd, wel een behouden thuiskomst”. En bij zijn vertrek naar het Utrechts Academisch Ziekenhuis voor een operatie die niet meer mogelijk bleek, moet zijn huisarts gezegd hebben: “Hoe het ook gaat, meneer Bijl, goede reis!”

leraar1

Arie Willem Bijl en zijn vrouw Klaasje Bijl-De Jongh. Bron: Beeldbank HCO

Dit verhaal is uit de serie WOll uitgelicht van Mijn Stad Mijn Dorp. MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel.