Atie en Nico Noordhof: Redders van veertien joden
Door: Silvia Puttenstein – Nico Noordhof was een ambtenaar bij de provincie Overijssel en zijn vrouw Atie was pianolerares. Als je in de tijd van de oorlog langs hun huis zou lopen, dan zou er niets uit het oog springen. Normale mensen, normale huizen, normale straat. Maar niks is minder waar. In hun huis aan de PC Hooftstraat 18 zaten namelijk veertien joden ondergedoken.
Nico had eerst berekend dat er plaats was voor zeven joden, maar dat werd dus het dubbele. Het was niet altijd makkelijk om met zoveel mensen in één huis te wonen. De onderduikers mochten geen geluid maken en moesten bij gevaar meteen naar zolder. Daar was geen toilet dus moesten ze het doen met een emmer. De enige frisse lucht die ze konden krijgen, was als het zolderraam open was.
Eten vinden voor zoveel mensen was ook nog wel een dingetje. Want het valt wel erg op als je zeven broden haalt terwijl je er normaal altijd twee meeneemt. Daarom gingen Atie en haar vader ( die ook nog eens bij hen inwoonde) naar meerdere bakkers en groenteboeren. Nico verbouwde zelf ook groenten in zijn volkstuin. Hierdoor was er elke dag eten voor de onderduikers.
Om verveling tegen te gaan, organiseerden Atie en Nico muziek- en kaartavonden en was er met Sinterklaas ook een groot feest. Dit moest wel gebeuren met zo min mogelijk geluid natuurlijk. Helemaal omdat hun buurman een NSB’er was. Dit maakte het verbergen van onderduikers nog een stukje lastiger. Maar Atie en Nico slaagden erin en op 14 april 1945 liepen er veertien joden door de deur van PC Hooftstraat 18. Allemaal dankzij de voorzichtigheid, slimheid en het doorzettingsvermogen van deze Zwolse helden: Atie en Nico Noordhof.
Dit artikel is geschreven door eerstejaars studenten van de opleiding Mediaredactie van Landstede MBO in Zwolle. Zij hebben in opdracht van de gemeente Zwolle een bijzondere krant gemaakt, helemaal in het teken van 80 jaar vrijheid. Hier vind je meer informatie over de Vrijheidskrant.
Door: Silvia Puttenstein – Nico Noordhof was een ambtenaar bij de provincie Overijssel en zijn vrouw Atie was pianolerares. Als je in de tijd van de oorlog langs hun huis zou lopen, dan zou er niets uit het oog springen. Normale mensen, normale huizen, normale straat. Maar niks is minder waar. In hun huis aan de PC Hooftstraat 18 zaten namelijk veertien joden ondergedoken.